DNS (Domain Name System) is een basisvoorziening van het internet. Zonder DNS zouden we geen domeinnamen gebruiken, maar cijferreeksen moeten onthouden. Zolang de vertaalslag van nummers naar namen goed gaat, merk je er niets van. Maar zodra de koppeling niet klopt, zie je pas hoe afhankelijk we van DNS zijn.
Iedere website draait op een server. Die server heeft een IP-adres, een reeks cijfers die computers gebruiken om elkaar te vinden. Mensen onthouden liever een naam. DNS legt de koppeling tussen die domeinnaam en het juiste IP-adres.
Als je een domeinnaam intypt, moet je computer dus eerst het bijbehorende IP-adres weten. In de praktijk gaat dat in twee stappen. Eerst wordt gekeken of het antwoord al bekend is. Als dat niet zo is, wordt een DNS-server geraadpleegd die het IP-adres teruggeeft. Daarna kan je browser verbinding maken met de server en de website laden.
Meestal gebruik je automatisch de DNS-server die je provider voor je heeft ingesteld. Dat werkt doorgaans prima, zonder dat je er iets voor hoeft te doen.
DNS moet snel werken. Niet alleen omdat het fijn is als websites vlot openen, maar ook omdat je bij één pagina meerdere domeinen kunt opvragen. Denk aan plaatjes, lettertypes, advertenties of analysetools. Voor al die onderdelen kan opnieuw een DNS-vertaling nodig zijn.
Daarom wordt DNS-informatie tijdelijk opgeslagen: caching. Je kunt het zien als een korte geheugensteun: “dit domein hoorde net bij dit IP-adres, dus dat hoef ik niet meteen opnieuw te vragen”.
Caching vindt plaats op meerdere plekken, zoals in je browser, op je computer, in je router en bij je provider. Dat versnelt herhaalbezoeken en vermindert het aantal verzoeken dat wereldwijd naar DNS-servers wordt gestuurd.
Elke DNS-vermelding heeft een geldigheidsduur: de TTL, Time To Live. Stel dat die op 3600 seconden staat, dan mag het antwoord een uur lang worden hergebruikt. Daarna moet opnieuw worden gecontroleerd of het nog klopt.
Dat mechanisme maakt DNS snel en schaalbaar. Het verklaart ook waarom wijzigingen niet overal tegelijk zichtbaar zijn.
Caching speelt vaak een rol bij verwarrende situaties. Bijvoorbeeld wanneer een website is verhuisd naar een andere server. De DNS-instelling is aangepast, maar sommige netwerken gebruiken nog een oud antwoord uit hun cache. De ene bezoeker ziet de nieuwe site, de andere krijgt een foutmelding of ziet nog de oude versie.
Er zijn ook andere oorzaken mogelijk. Een DNS-server kan tijdelijk niet bereikbaar zijn. Er kan een storing bij je provider zijn. Of de DNS-informatie die jij ontvangt is onvolledig of verouderd.
Voor jou als gebruiker ziet dat er hetzelfde uit: de browser kan de domeinnaam niet vertalen naar een IP-adres.
Beheer je een website of e-mailadres onder je eigen domeinnaam? Dan heb je soms meer met DNS te maken. In het beheerpaneel van je webhoster vind je regels die bepalen waar verkeer naartoe moet worden gestuurd: DNS-records.
Een DNS-record zegt in feite: voor dit type verkeer moet je daar zijn.
De belangrijkste zijn:
Zolang domein, hosting en e-mail bij één partij zijn ondergebracht, worden deze instellingen vaak automatisch geregeld. Je merkt er weinig van.
Het wordt relevanter wanneer je iets verandert. Bijvoorbeeld wanneer je je website verhuist, e-mail onderbrengt bij een andere aanbieder of een externe dienst koppelt aan je domein. Dan moeten DNS-records worden aangepast.
Een verkeerd IP-adres in een A-record betekent dat bezoekers niet op de juiste server uitkomen. Een fout in een MX-record kan ervoor zorgen dat e-mail niet wordt afgeleverd.
In combinatie met caching kan dat verwarrend zijn. De wijziging staat goed, maar niet iedereen ziet hem meteen.
DNS-problemen herken je meestal aan een van deze signalen:
Browsers tonen dit verschillend. Chrome kan bijvoorbeeld een melding als DNS_PROBE_FINISHED_NXDOMAIN weergeven. Firefox gebruikt meestal een beschrijvende tekst. De kern is steeds hetzelfde: de vertaling van naam naar IP-adres lukt niet.
Werkt een site via mobiel internet wel maar via je vaste verbinding niet, dan kan dat wijzen op een verschil in gebruikte DNS-servers.
Heb je het idee dat er hardnekkige DNS-problemen zijn, dan kun je verschillende dingen doen. Begin bij de basis: herstart je modem en router. Daarmee worden verbindingen opnieuw opgebouwd.
Helpt dat niet, dan loont het de moeite om de DNS-cache van je computer te wissen.
Windows 11:
macOS:
Daarmee dwing je je systeem om nieuwe DNS-informatie op te vragen.
Beheer je zelf een domein, controleer dan of recente wijzigingen correct zijn doorgevoerd en houd rekening met de ingestelde TTL.
Als het probleem bij de DNS-server van je provider ligt, kun je tijdelijk een andere DNS-server gebruiken om te testen of dat helpt.
Dat kan zinvol zijn wanneer:
Bekende publieke DNS-servers zijn onder meer:
Internationale DNS-servers:
Het wijzigen van je DNS-server kan in Windows 11 via Instellingen > Netwerk en internet > DNS-servertoewijzing. Op macOS via Systeeminstellingen > Netwerk > DNS.
Voor de meeste mensen is dit geen permanente aanpassing, maar een manier om te testen of het probleem bij de standaard DNS-server ligt.
In de praktijk werkt DNS vrijwel altijd zonder dat je het merkt. Het systeem is al decennia een stabiele basis onder het internet. Pas wanneer er iets verandert of hapert, komt het ineens in beeld.
Loopt een website niet of werkt e-mail onverwacht niet meer, dan is DNS een van de eerste dingen om naar te kijken. Soms zit het in een verouderde cache, soms in een tijdelijke storing, soms in een instelling die net niet goed staat. Het probleem is vaak minder mysterieus dan het lijkt.
Kom je er zelf niet uit of wil je zeker weten dat je domeininstellingen goed zijn ingericht, dan is het prettig om een partij achter de hand te hebben die kan meekijken. Bij Vimexx kun je terecht voor ondersteuning bij DNS-instellingen, verhuizingen en het correct inrichten van je domein en hosting.